Versie 2006
In de Coontalk en de Coontime wordt over diverse testen gesproken: hieronder een samenvatting. De genoemde ziektes en erfelijke afwijkingen treft u aan bij alle kattenrassen (inclusief huis- tuin- en keukenkatten). Wilt u meer over deze onderwerpen weten? Kijk dan bij de verwijzingen achterin de Coontalk naar links op het internet, zoals links naar artikelen op de homepage RMC, in algemene kattenboeken of elders op het internet.
Leukemie (FeLV) is een besmettelijke virusinfectie waarbij het immuunsysteem van de kat wordt aangetast en allerlei aandoeningen, waaronder kanker, vrij spel krijgen.
De ziekte wordt overgebracht door nauw contact tussen katten via bloed of speeksel, bijvoorbeeld door bijtwonden of dekkingen.
Vrijwel alle kattenverenigingen verlangen een Leukemietest van de dekkater als voorwaarde voor afgifte van de stambomen van de kittens. Deze test mag niet ouder zijn dan één jaar. Vanzelfsprekend eist de dekkaterhouder deze test ook van zijn bezoekende poezen.
FIV (Feline Immunodeficiency virus) wordt ook wel Kattenaids genoemd, omdat deze infectie grote overeenkomsten vertoont met het menselijke HIV (Aids). Belangrijk om te weten is dat Kattenaids NIET overgebracht kan worden op mensen! FIV wordt overgebracht door nauw contact tussen katten via bloed of speeksel, bijvoorbeeld bij bijtwonden.
FIP (Feline Infectieuze Peritonitis), ofwel besmettelijke buikvliesontsteking, kan ontstaan als een vrij algemeen voorkomend coronavirus muteert in het kwaadaardige FIPvirus. De oorzaak hiervoor is meestal stress, bijvoorbeeld een verhuizing (wanneer de kittens naar de nieuwe eigenaar gaan), maar ook een castratie. Ondanks het algemeen voorkomen van het coronavirus onder alle katten ontwikkelt slechts een relatief klein percentage (2 tot 10%) FIP.
FIP manifesteert zich in 2 vormen: de “natte” vorm met de kenmerkende dikke buik met vocht, en de zogenaamde “droge” vorm zonder dikke buik maar met diverse klachten die lijken te verwijzen naar andere kwalen.
Er bestaan helaas geen betrouwbare testen en vaccins voor FIP! Laat daarom ook nooit een kat inslapen uitsluitend op basis van een FIPtest! Deze geeft namelijk alleen aan dat de kat in contact is geweest met het coronavirus. Ook betwijfelt men tegenwoordig of de ziekte wel zo besmettelijk is als men aanvankelijk aangenomen heeft. Het coronavirus is wel overdraagbaar van kat op kat, het gemuteerde FIP virus lijkt echter niet zo makkelijk van kat op kat over te dragen. Er zijn geen medicijnen om FIP te genezen. Na vaststelling van de diagnose overlijdt de kat meestal binnen enkele weken.
Ter voorkoming van stress (een mogelijke risicofactor) raden alle kattenverenigingen na een geval van FIP aan de “cattery” (ook als men niet fokt maar alleen kastraten heeft!) voor een aantal maanden te sluiten. Dat houdt in geen activiteiten ontplooien op het gebied van showen, fokken, kopen/verkopen van dieren.
HCM (Hypertrofische Cardiomyopathie) is een hartafwijking, die vaak erfelijk is waarbij cardio staat voor hart en myopathie voor spieraandoening.
Bij HCM zijn de spieren van de wand van de linkerkamer in dikte toegenomen (hypertrofie). Dit veroorzaakt een toenemende verstijving in de linkerkamer. Het hart kan zijn pompfunctie niet naar behoren uitvoeren en er ontstaat een vergrote kans op trombose en vochtophoping in de longen en borstkas of de buik.
De diagnose HCM wordt gesteld door middel van een echocardiogram (zie voor een recente lijst van adressen van specialisten de homepage RMC), of een sectie bij overlijden.
In het algemeen openbaart HCM zich bij katten jonger dan 5 jaar maar wordt ook bij oudere katten geconstateerd. Bij Maine Coons is deze afwijking wel aangetroffen bij kittens op de leeftijd van 6 maanden, maar gebruikelijk is rond de 2 jaar. Bij katers wordt deze afwijking meestal op jongere leeftijd vastgesteld dan bij poezen.
Er is geen genezing mogelijk, maar medicijnen kunnen HCM katten soms nog wel 6 jaar in leven houden! De behandeling varieert naar gelang de symptomen en kan bestaan uit het geven van vochtafdrijvers, middelen die de hartwerking verbeteren of die de kans op trombose verminderen en een hartondersteunend dieet. Stress moet zoveel mogelijk worden vermeden.
Sinds dit jaar (2006) is het mogelijk uw kat via een DNA-test te laten testen op een specifieke genmutatie (MYBPC= cardiac myosin binding protein) waarvan bekend is dat die HCM kan veroorzaken. Deze test wordt uitgevoerd via een swab (uitstrijkje) van het mondslijmvlies of bloedafname.
De testuitslag kan negatief of positief zijn. Een positieve test kan worden onderverdeeld in heterozygoot of homozygoot.
Negatief
Als de test negatief is, heeft de kat dit specifieke gen niet. Dat betekent niet automatisch dat zijn ouders ook negatief zijn, maar wel dat de nakomelingen het gen ook niet zullen hebben mits deze kat gekruist met een eveneens negatieve partner). Het is echter nog steeds mogelijk dat deze kat HCM ontwikkelt die veroorzaakt wordt door een ander gen.
Positief
Als de test positief is, heeft de kat dit specifieke gen wel. Bij heterozygoot (+-) heeft hij één exemplaar van het gemuteerde gen en één normaal gen. Dat betekent dat in ieder geval één van zijn ouders dit gen ook heeft. Bij homozygoot (++) betekent dit automatisch dat beide ouders dit gen hebben. Zowel de geteste kat als de positieve ouder(s) kan HCM ontwikkelen, veroorzaakt door dit gen. Daarnaast blijft het mogelijk dat deze kat HCM krijgt die veroorzaakt wordt door een ander gen. Bij homozygoot is de kans groter dat HCM zich ontwikkelt.
Op dit moment is het resultaat bij een derde van de ingezonden testen positief. Omdat er nog onvoldoende bekend is over de konsekwenties van dit specifieke gen is het niet verstandig om onmiddellijk alle positieve dieren uit de fok te halen. Lees voor een fokadvies het artikel Vragen rond de HCM DNA-test.
Daarom blijft ongeacht de uitslag Echografisch onderzoek noodzakelijk.
Artikelen over HCM:
Hypertrofische Cardiomyopathie
THEMAMIDDAG HCM 2003
HCM test adressen: echografisch onderzoek - dna testen via swaps of bloed
PKD (Polycystic Kidney Disease) is een erfelijke afwijking die zich kenmerkt door met vocht gevulde blaasjes in de nieren. Naarmate deze blaasjes groeien, zullen zij het functioneren van de nieren bemoeilijken wat uiteindelijk leidt tot chronisch nierfalen. In de meeste gevallen treedt dit op als de kat de leeftijd van ca. 7 jaar bereikt heeft, maar veel vroeger is ook mogelijk.
Er zijn geen medicijnen tegen PKD en de behandeling bestaat eigenlijk alleen uit een aangepast dieet om de nieren zoveel mogelijk te sparen. PKD vererft dominant, dat betekent dat in ieder geval één van de ouders ook PKD heeft.
De diagnose PKD wordt gesteld door middel van een echo van de nieren. Aangeraden wordt om dit vanaf de leeftijd van 1 jaar te doen, dus voordat de kat voor de fok wordt ingezet. Op deze leeftijd is de betrouwbaarheid van deze test 98%. Belangrijk hierbij is dat dit onderzoek gedaan wordt door ervaren specialisten met de juiste apparatuur (zie voor recente adressen de homepage RMC), daarom kan dit onderzoek niet worden uitgevoerd door uw eigen dierenarts. Het onderzoek wordt op dezelfde wijze uitgevoerd als het onderzoek naar Hypertrofische Cardiomyopathie en vaak gecombineerd.
Er bestaat op dit moment wel een DNA-test voor PKD maar die wordt alleen gegarandeerd voor Perzen en aanverwante rassen, niet voor Maine Coons.
Zie ook link Homepage RMC artikel en testadressen.
Artikelen over PKD:
PKD
PKD test adressen: echografisch onderzoek
PL (Patella Luxatie) is een erfelijke afwijking waarbij de knieschijven niet vast genoeg op hun plaats worden gehouden en soms los schieten. Er bestaan verschillende gradaties in. Afhankelijk van de ernst van deze situatie kan de kat hieraan geopereerd worden.
Preventief laten veel MCfokkers hun katten hierop testen. (Zie ook extra vermelding op de kittenlijst RMC
). Deze test kan zonder narcose worden uitgevoerd door een dierenarts die hier ruime ervaring mee heeft bij katten en niet alleen bij honden.
Het feit dat beide ouders getest en goedgekeurd zijn, is helaas geen garantie dat een kitten uit deze combinatie geen patella luxatie kan krijgen omdat deze afwijking polygenetisch vererft. Dit houdt in dat niet één gen alleen, maar een groep van dezelfde, “zwakkere” genen hier een rol speelt. Pas als een bepaalde “groepsgrootte” is bereikt, wordt het effect zichtbaar.
Dat verklaart waarom de ouders deze eigenschap soms niet tonen en het kitten met de (optel)som van hun genen wel. Zie ook link Homepage RMC
Artikelen over PL:
Problemen met het kniegewricht bij katten
Formulier Patella Luxatie
HD (Heupdysplasie) is een erfelijke afwijking waarbij de heupkop van het dijbeen niet goed aansluit aan de heupkom van het bekken. Meestal is de kom niet diep genoeg, waardoor de kop onvoldoende steun krijgt om het lichaam te dragen. Hierdoor ontstaat irritatie en mogelijk op den duur beschadiging van het gewricht.
Het testen hierop vindt plaats door het maken van een röntgenfoto door uw dierenarts of door een specialist. In tegenstelling tot de hondenwereld is er voor katten in Nederland geen speciaal beoordelingsinstituut. U kunt de foto’s laten beoordelen door degene die ze gemaakt heeft of ze opsturen naar de OFA (www.offa.org) in Amerika.
Tot de leeftijd van 2 jaar krijgt u daar een voorlopige uitslag, daarna een definitieve uitslag. Daarnaast is het ook mogelijk uw foto’s in Zweden te laten beoordelen. Hier geeft men al vanaf de leeftijd van 1 jaar een definitieve uitslag.
Dat beide ouders getest zijn op HD is helaas geen garantie dat hun kitten geen HD kan krijgen, maar ook het omgekeerde kan voorkomen omdat deze afwijking polygenetisch vererft. Daarnaast is gebleken dat ook externe factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van HD.
Er is in Nederland nog maar een klein percentage fokkers dat op HD test. Zij proberen deze afwijking te voorkomen door bij de fok zoveel mogelijk een partner te gebruiken van wie bekend is dat die HD vrij is.
Niet aan alle katten die HD hebben, is dit ook te merken omdat katten zich anders bewegen dan honden en katten vaak niet laten zien dat ze pijn hebben.
SMA (Spinal Muscular Atrophy) is een erfelijke afwijking, waarbij de zenuwcellen die de skeletspieren aansturen, afsterven. Hierdoor ontstaat spierzwakte die voor het eerst zichtbaar wordt op een leeftijd van 3-4 maanden. De kittens gaan moeilijker lopen en krijgen moeite met springen. Ze hebben echter geen pijn. Er zijn op dit moment katten van 9 jaar nog in leven met deze aandoening.
SMA vererft autosomaal recessief. Autosomaal wil zeggen niet geslachtsgebonden, dus het kan zowel bij katers als poezen optreden. Recessief is het tegenovergestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben. Bij een eigenschap die de gezondheid betreft (zoals een erfelijke ziekte), betekent dit dat het kitten aan deze ziekte lijdt.
Bij een recessieve eigenschap kun je het defecte gen bij je dragen zonder dat je ziek wordt: je wordt dan een “drager” genoemd. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas als je twee dragers met elkaar kruist en allebei de ouders het gen voor de recessieve eigenschap aan een kitten doorgeven, wordt het kitten ziek en wordt deze eigenschap dus zichtbaar.
Een recessieve aandoening kan zich dus gemakkelijk in een populatie verspreiden zonder dat je het merkt.
Er bestaat een DNA-test voor SMA die wordt uitgevoerd via een swab (uitstrijkje) van het mondslijmvlies.
Zie ook links homepage RMC artikelen en testadressen
SMA: DE TEST!
SMA test adressen: dna testen via swaps of bloed
| Advies | Testschema | ||
|
|
||
|
1 jaar | ||
|
|
||
|
1 jaar | ||
| PKD echo | 1 jaar | ||
|
|||
| HD |
|
||
|
Niet leeftijdgebonden; eenmalig | ||
|
|||
|
|
||
|
|
||
| HD |
|
||
Algemeen
Bent u lid van een kattenvereniging, volg dan bij besmettelijke ziektes de voorschriften van uw vereniging (bij Felikat de voorschriften zoals vermeld in het Gezondheidsreglement). Bent u geen lid van een kattenvereniging, dan kunt u desgewenst contact opnemen met de werkgroep Fok & Advies van de RMC.
Als genetische afwijkingen een risico vormen voor een bepaald ras, schrijft de FIFé het volgende voor:
Indien deze aandoening voldoet aan de volgende drie voorwaarden, namelijk dat
deze afwijking dodelijk is of chronisch pijn veroorzaakt
de afwijking voorkomt onder een aanzienlijk deel van het ras
een betrouwbare test beschikbaar is en de afwijking door fokbeleid geëlimineerd kan worden
dan moeten de katten van dit ras op deze aandoening getest worden.
Iedere vereniging aangesloten bij de FIFé moet hiervoor zelf een passend programma opstellen.
De werkgroep Fok & Advies van de Rasclub Maine Coon adviseert met betrekking tot HCM een bewust en weloverwogen fokbesluit te nemen, gebaseerd op de gedocumenteerde informatie met betrekking tot (over)grootouders, ouders, nestbroers en –zusjes en zoveel mogelijk nakomelingen van hen, voor zowel de poes als de kater. Bent u niet (voldoende) op de hoogte van de achtergrond van de katten of zijn katten uit die lijnen op jonge leeftijd plotseling overleden, dan adviseert de werkgroep u om de dieren te laten testen, vóór de eerste dekking.
Het verdient aanbeveling de test op HCM met een zekere regelmaat te herhalen, zeker als u doorgaat met fokken maar ook als u stopt. Hoe meer testgegevens aanwezig zijn, des te beter kan een weloverwogen besluit genomen worden om wel of niet te fokken.
Bij PKD mag men ervan uit gaan dat de kat negatief is voor PKD als twee generaties voorouders (dus ouders en grootouders) negatief zijn. Baseer uw beslissing wel op schriftelijke documentatie, zoals testrapporten. (Dit geldt uiteraard voor alle testen.) Bent u niet zeker van uw zaak, dan adviseert de werkgroep Fok & Advies de poes en de kater te laten testen, vóór de eerste dekking.
De werkgroep Fok & Advies raadt u aan een kat te chippen voordat hij/zij getest wordt. Als dan op het testrapport de chipcode vermeldt wordt, is het zeker dat die testresultaten ook inderdaad bij de betreffende kat horen.
Copyright © 2010 Rasclub Maine Coon (Disclaimer)